Home > Elly



Waarom ben ik leesbevorderaar

Voorlezen aan baby’s, dreumesen, peuters en kleuters vind ik een van de fijnste dingen die je met hen kunt doen. Ik ervaar het als warm, vrolijk en gezellig. Altijd ben ik nieuwsgierig naar wat zo’n kindje op mijn schoot of naast me in de stoel doet met het boek, wat het begrijpt, waardoor het geboeid wordt en wat het brabbelt en vertelt. Mijn intentie is om daar zo goed mogelijk op in te spelen en aan te voelen wat het van me nodig heeft. Vaak zwijg ik en wacht ik af. We kijken elkaar aan, lachen naar elkaar, wijzen in het boek, praten en vertellen. Ik lees altijd de tekst zoals die in het boek staat hoe klein het kind ook is. Als het zo uitkomt zeg ik een versje op, zing een liedje of doe een schootspelletje. Zo begint bij ieder kind de magie van het voorlezen volgens mij. Een magie die er voor zorgt dat kinderen altijd weer met een boek naar je toe komen omdat ze graag voorgelezen willen worden.


Specialisme ‘Lezen met baby’s, dreumesen en peuters’

Als docent pedagogiek ontwikkelde ik mij tot specialist ‘lezen met baby’s, dreumesen en peuters’. Inmiddels heb ik op dit terrein ruim 25 jaar ervaring. Ik filmde en analyseerde voorleesmomenten, volgde trainingen en colleges, en probeerde vooral veel zelf uit door kinderen individueel of in kleine groepjes voor te lezen.


Trainingen, lezingen en workshops

Sinds 1998 geef ik trainingen, workshops en ouder-kind-bijeenkomsten vanuit mijn eigen bureau. Momenteel bijvoorbeeld de ‘Train-de-trainer BoekStart’ in opdracht van Stichting Lezen aan bibliothecarissen en trainingen ‘Lezen met baby’s en dreumesen’ aan pedagogische medewerkers. Ook in België word ik regelmatig uitgenodigd door Stichting Lezen België en Kind & Gezin.

Aanbod trainingen en workshops


Ouder-kind-bijeenkomsten

In opdracht BoekStart leid ik ouder-kind-bijeenkomsten zoals de BoekStartkaravaan. In bibliotheken en kindagverblijven leid ik bijeenkomsten voor ouders en hun baby’s en dreumesen voor BoekStart: ‘Lezen met Ukkies’ of ‘Lees nijntje met je kleintje’ in samenwerking met Mercis, de uitgever van de boekjes van Dick Bruna.

Aanbod ouder-kind-bijeenkomsten


Conceptontwikkeling baby- en dreumesboekjes

Met veel kinderboekuitgevers heb ik al sinds jaren een heel fijn contact. Ze verrassen telkens weer met prachtige uitgaven. Soms geef ik hen advies over boekjes voor de allerjongsten of werk mee aan de conceptontwikkeling van een baby- of dreumesboekje.


Advies kinderboeken voor 0 tot 6 jaar

Sinds jaren maak ik boekenlijsten op leeftijd en thema met boekbeschrijvingen en voorleestips aansluitend bij de VVE-thema’s van Piramide. Daarnaast boekenlijstjes met beschrijvingen van boekjes voor baby’s, dreumesen en peuters voor ouders, kinderopvang en peuterspeelzalen en andere geïnteresseerden.


Leesbevorderingsprogramma’s en VVE

Veel kennis en inzichten ontstonden als (mede)ontwikkelaar van het leesbevorderingsprogramma Boekenpret, het VVE-programma Piramide (interactief voorlezen), adviseur boeken voor 0 – 4 jarigen voor Uk & Puk en als trainer van De Taallijn VVE en Vversterk bij enkele onderwijsadviesdiensten.


Prentenboekuitwerkingen

Prentenboekuitwerkingen of leesideeën zijn suggesties bij prentenboeken bedoeld als inspiratie voor meer voorleesplezier en rijkere interactie tussen voorlezer en kind, voor meer verhaalbegrip en meer spel- en taalprikkels. Ik maakte ze voor Z@ppelin Logeerboek, Nationale Voorleesdagen, Kinderboekenweek, Boekenpret, Piramide, Leeskraam, en BoekStart.


Prentenboeken schrijven

Bijzonder spannend is het zelf schrijven van boeken voor jonge kinderen. Mijn boeken zijn uitgegeven bij Zwijsen, Clavis en Gottmer. Het zijn er totaal al 27. Het verhaal bedenken, versjes schrijven, goed afstemmen op wat past bij een bepaalde leeftijdsfase, het samenwerken met de illustrator en de uitgever; altijd blijft het spannend tot de eerste zetproef op mijn pc-scherm verschijnt. Daarna is het wachten tot ik het fysieke boek krijg toegestuurd en het boek in de boekhandel ligt.


Voorlezen is het allerleukste

Het boek is leuk, mooi, grappig of spannend maar het contact met het kind met wie ik lees is nog leuker, mooier, grappiger en spannender:

Je hebt ‘bijtertjes’, ‘sabbelaartjes’, ‘boekzwaaiertjes’ en ‘druktemakertjes’ die plotseling iets op een plaatje ontdekken waar ze ineens stil gefascineerd naar blijven kijken.

Je hebt de ‘terugbladertjes’ die steeds naar hetzelfde plaatje willen, de ‘denkertjes’ die onverwacht met een opmerking komen die verrast. En de ‘verbeteraartjes’ die je terecht wijzen als je iets niet goed zegt of leest.

Je hebt de ‘onderzoekertjes’ die proberen te zien wie er achter een boom op een plaatje staat door de bladzijde om te slaan alsof dat daar te zien zou zijn.

Je hebt de ‘ontluikende geletterdjes’ die het proces van lezen door beginnen te krijgen en opmerken dat jij vertelt wat die friemeltjes op de bladzijden betekenen: ‘jij leest wat hier staat’.

Je hebt ‘slimmerikjes’ die zeggen dat het niet klopt wat Mol in het boek zegt als die beweert dat hij nooit eerder in een boom is geklommen. ‘Wel toch! Toen papa mij voorlas!’

Je hebt de ‘voelertjes’ bij wie je merkt hoe hun rugje zich spant als ze het verhaaltje angstig vinden. Of de ‘lachertjes’ die ontspannen als ze de humor ineens begrijpen. Je hoort hun lachjes als orgeltjes en ziet oogjes die glinsteren van plezier.


Naar boven